SEO begint met goede teksten

Maar je bezoekers lezen niet.
SEO begint met goede teksten

Internetters lezen niet. Ze doen aan ‘koppensnellen’. Duidelijke iconen en calls to action zijn verkeersborden om je bezoekers snel de weg te wijzen. Google leest wel. Google is iconenblind. Het is een interessante paradox.

Veel organisaties zetten dure advertentiecampagnes in om bezoekers naar hun website te trekken. Deze kunstmatige vorm van verkeer veroorzaken is eigenlijk alleen interessant wanneer er uit de aangetrokken bezoekers ook direct conversies worden gehaald; na hun bezoek ben je ze immers weer kwijt. Het is eigenlijk veel interessanter om organisch verkeer toe te zien nemen; bezoekers die je vinden via de zoekmachines – ook als je geen advertentiecampagne hebt lopen.

“Content is king!” riepen de internetmarketeers daarom lange tijd. En daarmee doelden ze vooral op teksten. Google is namelijk dol op content, zo was de redenering. En dat klopt – unieke, relevante content welteverstaan. Met uniek wordt bedoelt dat je teksten geen duplicaat moeten zijn van een andere bron. En relevant wil zeggen dat de content zich toespitst op je doelgroep. Toch zaagde de bewering wel een beetje planken van dik hout. Want wat doen je bezoekers eigenlijk met die content als ze op je website komen? Vrij weinig, zo blijkt uit bijna alle statistieken. Als een webpagina enkele tientallen seconden de aandacht vast weet te houden, dan is dat al uitzonderlijk lang. Internetters doen namelijk aan ‘koppensnellen’; door de koppen te lezen scannen ze de pagina zo snel mogelijk, op zoek naar wat ze willen weten. En voor je het weet zijn ze weer weg.

“Koppen zijn king!” riepen we toen dus maar. En dat hebben we geweten. Miljoenen websites veranderden in wallpapers met een headline – of taglines en een call to action; nietszeggend en vooral inspelend op het gevoel. Om over de vindbaarheid maar niet te spreken. En daar ligt dan ook precies het probleem. Want hoe moet je website eruit zien als de teksten wél van belang zijn om te worden gevonden, maar níet om vervolgens te worden gelezen?

Ten eerste is een nuancering hier wel op z’n plaats. Natuurlijk is het niet zo dat de internetter nooit leest. Feit is wel dat een bezoeker al lezende heen en weer wisselt tussen oppervlakkige verwerking en ‘deep reading’. Tegelijk zijn ook afbeeldingen en visuele elementen in de pagina van belang voor de lezer. Ze kunnen de lezer er namelijk toe zetten – of van weerhouden – om een tekst argumentatief te verwerken. Lees hierover in ‘Het dubbele lezersdilemma.

Precies dat verschijnsel kan ingezet worden om webpagina’s zó in te steken dat ze relevant worden voor zowel de zoekmachine als de bezoeker. Teksten, afgewisseld met sterke visuele elementen, maken een webpagina prettig leesbaar. Heldere iconen of infographics leiden de lezer langs de tekst, op weg naar een concrete call-to-action. En wordt de lezer getriggerd door een visueel element om de tekst diep te verwerken? Zorg er dan voor dat je teksten kraakhelder geschreven zijn en dat ze argumentatief goed te volgen zijn.

De uitdaging bij het schrijven van je teksten is om per pagina een geconcentreerd trefwoordcluster in te zetten. Bepaal het belangrijkste trefwoord voor je pagina (niet meerdere, maar één). Waar gaat deze pagina specifiek op in? Deze vraag helpt je ook om een pagina kort en bondig te beschrijven, zonder uit te wijden. Heb je het trefwoord bepaald? Zoek dan verschillende synoniemen van dit woord op en verwerk deze gezamenlijk met je trefwoord in de lopende teksten en koppen.

Bij het bepalen van het belangrijkste trefwoord kan je je eigen naam of product eigenlijk vergeten. Zoek het trefwoord door de pagina samen te vatten in een term die gericht is op de zoeker, en niet op de bezoeker. Doe dit voor elke pagina die je hebt. Het kost veel tijd, maar het loont de moeite. Je bouwt concrete landingspagina’s op, die misschien niet eens altijd de instappagina’s vanuit de zoekmachine vormen, maar die wel sterk insteken op vindbaarheid.

Tekstkoppen verdienen nog wat extra aandacht. Een goede inzet van <h1>, <h2> en <h3> levert namelijk resultaat op. Zorg er ten eerste voor dat je slechts één <h1> op je pagina gebruikt. En zet in deze kop niet je naam of product, maar minstens je belangrijkste trefwoord. Vul deze aan met andere relevante woorden in een bondige halfzin. De <h2>’s kun je vervolgens meerdere keren gebruiken. Ze vervullen daarbij twee rollen. Allereerst doorbreken ze je tekst en vormen ze daarmee een visueel element. Tegelijk kun je ze goed gebruiken om je belangrijkste trefwoord en synoniemen veelvuldig terug te laten komen.

Over de auteur

Steve Lock

Steve Lock houdt zich bezig met nieuwe media en communicatie in brede zin. In 2012 is Steve betrokken geraakt bij WordPress en internetmarketingbureau Sowmedia.nl, waar hij zich inzet voor de ontwikkeling van WordPress websites, het uitbrengen van communicatieadvies en voor de ontwikkeling van online diensten.

Nog geen reacties.

Geef een reactie